Foto: Flip Franssen
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

MH17 geen obstakel voor gasonderhandelingen met Poetin – het moest alleen stiekem

Nadat MH17 op 17 juli 2014 was neergehaald, bevroor Nederland de diplomatieke relaties- en handelsrelaties met Rusland. Althans, voor de buitenwereld. Achter de schermen werden de banden snel weer aangehaald. De Nederlandse regering verzweeg dit tegenover de Kamer. De inzet: Russisch gas.

Door Ties Keyzer en Mira Sys

Lees het hele artikel op FTM.

Na enkele jaren diplomatieke pauze zorgde het bedrijfsleven in 2017 voor een heropleving van de contacten tussen Nederland en Rusland, via de zogenoemde gezamenlijke ‘Werkgroep Energie’. Dat platform van ministers uit beide landen bestaat al sinds de vroege jaren negentig en komt iedere anderhalf tot twee jaar bijeen om actuele economische thema’s te bespreken. Na het rampjaar 2014 – waarin een Russische raket MH17 neerhaalde en Russische troepen Oekraïne binnenvielen – hield het bedrijfsleven de contacten tussen Nederland en Rusland warm, via congressen en onderlinge bezoekjes.

Van deze heropleving in 2017 werd de Tweede Kamer niet op de hoogte gebracht. In Russische documenten wordt wel vol trots over de contacten gesproken; en veel transparanter bovendien dan in Nederland.

De bedrijven die de politieke contacten weer op gang kregen, waaronder de Russische gasgigant Gazprom en het Nederlands-Britse Shell, zijn ook bedrijven die deelnemen in het controversiële pijpleidingproject Nord Stream 2. Dat zijn twee pijpleidingen van Gazprom die extra gas van Rusland naar Duitsland (en zo naar onder andere Nederland) zouden moeten vervoeren.

Midden- en Oost-Europese landen vrezen dat Rusland met de aanleg van die pijpleidingen het gasnetwerk in Oekraïne en Oost-Europa omzeilt, en dat de landen zo kwetsbaarder worden voor Russische grillen. Ze zijn dan minder belangrijk voor gasleveringen naar Europa. De landen vrezen bovendien dat Rusland door de grotere machtspositie op energiegebied vaker gebruik zal maken van ‘pipeline politics’: het inzetten van energievoorziening als politiek wapen.

Landen als Duitsland en Nederland zien er weer een mooie kans in voor het veiligstellen van hun energievoorziening. Ze verdedigen het project dan ook met het argument dat het gaat om een ‘puur zakelijk project’.

Om die reden is Europa erg verdeeld over Nord Stream 2. Nederland staat in deze discussie aan de kant van Rusland. Dat laat de regering zien wanneer er in Europa een voorstel voor een maatregel komt, waarmee de Europese Commissie wil onderhandelen over de voorwaarden voor dit soort projecten van buiten de EU. Een belangrijk onderdeel van de maatregel is namelijk dat een bedrijf niet zowel exploitant als eigenaar van zo’n project mag zijn. Dat is Gazprom wel bij Nord Stream 2.

Nederland is tegen de maatregel, verklaarde toenmalig minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes, omdat het hecht aan de soevereiniteit van lidstaten. Maar ook omdat investeerders minder makkelijk geld zouden durven vrijmaken voor projecten van buiten de EU. Dat zou volgens Wiebes ‘een negatieve uitwerking hebben op de leveringszekerheid’.

De tegen-coalitie van onder andere Nederland en Duitsland zorgde ervoor dat een besluit hierover steeds werd uitgesteld. Mocht Nord Stream 2 in de tussentijd al af worden gebouwd, dan zou het namelijk juridisch gezien een stuk moeilijker zijn het project nog te stoppen.

23 maart 2021

Lees het hele artikel op FTM.

Meer publicaties