Kankerrisico door Chemelot groter dan gedacht: ‘Zeer zorgelijk’

Door No items found | 20 February, 2026

De uitstoot van kankerverwekkende stoffen door Chemelot is veel hoger dan wat het op basis van de gegevens van het Limburgse chemiecomplex zou moeten zijn. Dat wordt erkend door Chemelot, provincie Limburg en de Omgevingsdienst Zuid-Limburg. Toxicologen noemen het ‘zeer zorgelijk.’

20 februari 2026, gepubliceerd in De Limburger

Jelle Krekels (De Limburger), Vincent Harmsen (The Investigative Desk)

Meer onderzoek naar de uitstoot van kankerverwekkende stoffen door Chemelot is noodzakelijk. Daar zijn het chemiecomplex zelf, de provincie, Omgevingsdienst Zuid-Limburg (ODZL) en toxicologen het over eens. De uitstoot is veel hoger dan wat het zou moeten zijn, erkennen alle partijen. Het is echter nog maar de vraag of dat onderzoek er komt.

Wie naar de grote rookpluimen vlak bij de woonwijken kijkt, zal zich vroeg of laat afvragen, hoe slecht die uitstoot is voor mens en milieu. Al decennialang worden hier schadelijke stoffen uitgestoten. In al die jaren is nog nooit onderzocht wat die ‘kankercocktail’ voor effect heeft op de gezondheid van de omwonenden.

Daarom verzochten Provinciale Staten van Limburg in 2023 het toenmalige kabinet om onderzoek te doen naar de impact. Het RIVM deed zelf geen metingen, maar maakte een ‘verkennende analyse’ van de beschikbare informatie rondom het chemiepark.

Opmerkelijk

Als onderdeel daarvan vergeleek het RIVM wat Chemelot zelf zegt uit te stoten met wat er wordt gemeten in de omgeving. Daarvoor kon het RIVM gebruikmaken van metingen die de ODZL tussen 2018 en 2024 in de Geleense woonwijk Vouershof deed van drie kankerverwekkende stoffen. Met modellering berekende het RIVM vervolgens wat de luchtconcentraties van die stoffen zouden zijn als de registratie van Chemelot als uitgangspunt werd genomen. De analyse richt zich slechts op drie van de vijftien ‘Zeer Zorgwekkende Stoffen’ die Chemelot uitstoot.

En daaruit blijkt iets opmerkelijks: het RIVM ontdekt grote verschillen tussen de cijfers van Chemelot en wat er is gemeten. Zo zijn de luchtconcentraties van de kankerverwekkende stof monovinylchloride (MVC) vijf keer hoger dan wat het zou moeten zijn. Een andere stof, butadieen, is 2,5 keer hoger.

Alarmerend

Emeritus-hoogleraar Toxicologie Martin van den Berg (Universiteit Utrecht) is gealarmeerd door die uitkomsten: ,,Het is dusdanig overschrijdend dat de omgevingsdienst hier direct met Chemelot over om tafel had gemoeten. Als dat niet is gebeurd, is hier ofwel met opzet niks aan gedaan of hebben mensen liggen slapen.”

Maar heeft de omgevingsdienst Chemelot hier wel op aangesproken? In een reactie op vragen van De Limburger gaat de provincie Limburg, die namens de omgevingsdienst antwoordt, niet in op die vraag. De provincie zegt nog steeds vertrouwen te hebben in de emissiecijfers die Chemelot aanlevert en wijt de geconstateerde verschillen met de metingen aan ‘onzekerheid van de rekenmethodes’ die het RIVM gebruikte. Het RIVM zegt echter dat nader onderzoek nodig is om de verschillen te kunnen verklaren. Opmerkelijk, de provincie sprak bij publicatie van het RIVM-rapport eind vorig jaar van een ‘overwegend gunstig’ beeld dat het onderzoek zou schetsen.

Het is Jack Renet, oud-medewerker van Chemelot en raadslid (SPA) in Geleen, een doorn in het oog. ,,Het is elke keer hetzelfde verhaal; de overheid probeert Chemelot overal buiten te houden en stopt alles onder de mat. Wederom verkiest de provincie economisch belang boven het belang van haar inwoners.”

Daarnaast blijkt uit onderzoek van The Investigative Desk en De Limburger dat kritische passages over een verhoogd kankerrisico uit het definitieve RIVM-rapport zijn verwijderd. In een conceptversie van het rapport werd nog geconcludeerd dat sommige kankersoorten, waaronder asbestkanker en longkanker, in wijken rond Chemelot vaker voorkomen. In de gepubliceerde versie is deze passage echter uit de samenvatting verdwenen. Daar is enkel nog te lezen dat er ‘te weinig gegevens […] zijn om te kunnen concluderen of ziekten in de wijken rond Chemelot vaker voorkomen’. Verderop in het meer dan 170 pagina’s tellende rapport meldt het RIVM nog wel dat, op basis van de zogeheten Kankeratlas, er een hogere incidentie van longkanker en asbestkanker wordt waargenomen. De asbestkanker komt waarschijnlijk door beroepsmatige blootstelling, aldus het RIVM. Bij longkanker is niet uit te sluiten dat dit wordt veroorzaakt door Chemelot.

Nuance

In een reactie stelt het RIVM dat het schrappen van de tekst over de verhoogde kankerrisico’s niets met de politieke gevoeligheid ervan te maken zou hebben. Een woordvoerder benadrukt dat sommige kankersoorten rondom Chemelot nu eenmaal ook minder vaak of net zo vaak voorkomen als elders in Nederland. Daarom zou uit ‘nuance’ de samenvatting zijn aangepast.

Saillant is dat Gedeputeerde Staten eerder hebben geprobeerd om de publicatie van een kritische RIVM-analyse over de kankerverwekkende uitstoot van Chemelot te voorkomen. Het provinciebestuur dacht dat het zou kunnen zorgen voor ‘onrust, negatieve beeldvorming en voorbarige conclusies.’

Als een van de grootste chemische industrieclusters van Europa stoot Chemelot jaarlijks vele duizenden kilo’s aan gevaarlijke stoffen uit. Het industrieterrein ligt ingeklemd tussen de gemeenten Sittard-Geleen, Stein en Beek, een gebied waar in totaal ruim 130.000 mensen wonen. En dat die mensen negatieve gevolgen ervaren van die zware industrie als buur, lijkt evident.

Aanwijzingen te over: zo zouden volgens de GGD Gezondheidsmonitor omwonenden hun gezondheid structureel lager beoordelen dan het landelijk gemiddelde. De zorgkosten liggen aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde. Hoger zelfs dan in de omgeving van Tata Steel, bleek uit onderzoek van RTL Nieuws. Vorig jaar toonde een enquête van het landelijke zorginstituut Nivel dat omwonenden van Chemelot – in vergelijking met andere Nederlandse gemeenten – significant meer chronische ziekten, een minder goede algemene gezondheid en een lager mentaal welzijn rapporteren.Het is klare taal die zowel door burgers als het RIVM wordt gebezigd: de urgentie voor nader onderzoek is hoog. Of die er ook komt, is echter onduidelijk.De provincie zegt daarover gesprekken te voeren met de omgevingsdienst.

Zowel Chemelot als de provincie benadrukken dat de uitstoot van individuele stoffen, ook op basis van metingen, nog binnen de wettelijke normen valt. Echter, het merendeel van de schadelijke uitstoot van Chemelot wordt helemaal niet gemeten. Volgens het RIVM zijn meer meetpunten vereist. Daarnaast concludeert het RIVM dat hoewel individuele stoffen nog binnen de norm zitten, de optelsom toch kan leiden tot een te hoog kankerrisico.

Emeritus-hoogleraar Milieutoxicologie Jacob de Boer (Vrije Universiteit) vindt het RIVM-rapport helemaal niet geruststellend: ,,Het is zeer zorgelijk. Als er te weinig gegevens zijn zoals het RIVM zegt, dan moet je als een haas metingen gaan doen. Dit rapport vraagt echt om actie. Die mensen krijgen het wel over zich heen hè. Ik zou er niet graag naast willen wonen.”

Strengere handhaving

Hij pleit voor veel strengere handhaving van grote vervuilers zoals Chemelot: ,,Dit soort grote bedrijven zouden eigenlijk door de landelijke Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) moeten worden gecontroleerd en niet door de lokale omgevingsdiensten. Die schieten vaak tekort qua mogelijkheden en kennisniveau.” Chemelot erkent dat er verschillen zichtbaar zijn geworden door de berekeningen van het RIVM. Dat bewijst volgens hen echter niet dat ze hun eigen uitstoot te laag rapporteren. ,,Nader onderzoek is wenselijk om deze verschillen beter te begrijpen.” Chemelot zegt aan alle wettelijke eisen rondom emissieregistraties te voldoen en zich niet te herkennen in het beeld van een onjuiste rapportage. Volgens een woordvoerder zal het complex zich blijven inspannen om de uitstoot van Zeer Schadelijke-stoffen naar de omgeving terug te dringen.

The Investigative Desk (www.investigativedesk.com) is een groep gespecialiseerde onderzoeksjournalisten. Zij financieren hun werk met donaties, subsidies, beurzen en honoraria. De geldgevers hebben geen rol in of inhoudelijke zeggenschap over de onderzoeken en publicaties. Deze publicatie is tot stand gekomen met steun van het Instituut Asbestslachtoffers.

More investigations