Hoe Nederland drie protonencentra kreeg

Nederland bouwde drie hypermoderne centra voor protonentherapie. Kosten: 230 miljoen euro. Maar het aantal kankerpatiënten dat met deze nieuwe vorm van bestraling wordt behandeld is fors overschat. Precies waarvoor is gewaarschuwd. Dat blijkt uit onderzoek van The Investigative Desk.

Door Lucien Hordijk | 20 december 2021

Sinds de opening van de drie klinieken in 2018 zijn er tot oktober dit jaar 2.067 patiënten bestraald. Dit is aanzienlijk minder dan de prognoses van de academische ziekenhuizen, die in 2013 en 2014 ijverden om de prestigieuze technologie binnen te halen. Toen er met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over de vergunningen werd onderhandeld, meenden zij dat er jaarlijks tussen de 3.000 en 5.000 patiënten baat zouden hebben bij deze vorm van bestraling.

De tegenvallende cijfers passen naadloos bij de waarschuwingen die al vóór de bouw van de centra klonken. In 2014 tekenden de zorgverzekeraars luid protest aan toen bleek dat toenmalig minister Schippers van VWS van plan was om vergunningen te verlenen voor vier  klinieken. Maar uiteindelijk zwichtte VWS voor de druk van de academische ziekenhuizen. Dat is te wijten aan de manier waarop VWS de vergunningscriteria vastlegde. Het ministerie bepaalde die criteria niet alleen, maar legde ze samen met de academische ziekenhuizen vast in een ‘bestuurlijk akkoord’. Zonder zo’n poldertraject vreesde VWS voor rechtszaken van afgewezen ziekenhuizen, die de criteria met terugwerkende kracht zouden aanvechten. Met mogelijk schadeclaims en nog veel méér nieuwe protonenklinieken als gevolg.

Lees het volledige artikel in het NtvG en NRC.

Meer publicaties