Foto: Flip Franssen
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Hoe Microsoft wil verdienen aan zijn gluurprogrammatuur

De coronacrisis gaf thuiswerken een enorme impuls. Microsoft profiteert daar flink van mee. Het gebruik van de software levert het bedrijf veel data op en opent de deur naar productiviteitsmetingen die weinig heel laten van privacy op de werkvloer.

Door Pieter Beens, Sofyan El Bouchtili en Machteld van der Lecq

Het is voor honderdduizenden Microsoft-gebruikers een terugkerend ritueel op de maandagmorgen. Zodra ze hun werkweek beginnen, verschijnt er – pling – een productiviteitsupdate van Microsoft Analytics in hun mailbox met steevast de vraag ‘Hebt u genoeg ononderbroken tijd om uw werk te doen?’ Eronder volgt een overzicht van het werkzame leven van de gebruikers. Verschillende diagrammen laten zien of werk en privé in balans waren en met wie zij in de afgelopen dagen het meest hebben gemaild. Wie meer inzichten wil, kan doorklikken naar een bijbehorend dashboard.

Een introductievideo van MyAnalytics op de website van Microsoft laat zien hoe zo’n dashboard eruitziet. Gebruiker ‘Megan Bowen’ besteedt in de video wekelijks 35 procent van haar tijd aan communicatie met anderen tijdens vergaderingen en via e-mails, chatberichten en gesprekken. De overige 65 procent van haar werkweek kan ze zich richten op andere taken. Volgens de statistieken had Megan contact met 32 mensen en werkte ze buiten werktijd in 17 documenten. ‘Food for thought’, vindt Microsoft.

De cijfers zijn op het eerste gezicht weinig opzienbarend, maar erachter ligt een wereld vol scoremechanismen. Het Onderzoekslab dook in die wereld. Wat blijkt: Microsoft verzamelt veel meer data dan gebruikers vermoeden en ziet de ‘inzichten’ die dit oplevert als een potentiële bron van inkomsten. Het bedrijf presenteert die ‘inzichten’ als hulpmiddel voor werknemers maar wil ze ook gaan gebruiken in nieuwe producten zoals Viva, waarmee managers hun werknemers kunnen monitoren, beoordelen en aansturen.

23 juni 2021

Lees verder op Vrij Nederland.

Meer publicaties