Foto: Flip Franssen

Hoe Big Tobacco jaarlijks dertig duurzaamheidsprijzen wint

Big Tobacco rijgt de duurzaamheids- en verantwoord ondernemen prijzen aaneen, blijkt uit onderzoek van The Investigative Desk. Dat levert ’s werelds dodelijkste industrie mooie reclame op. Plus een lobbykanaal naar ambtenaren en politici, die niet meer met hen mogen praten. 

Door Irene van den Berg en Sergio Nieto Solis | 8 februari 2022

Honderden genodigden genieten op 6 februari 2020 aan lange tafels van een luxe diner in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam. Het kan nog, een paar weken later zal de Corona pandemie uitbreken. Later die avond, als de sfeer wat losser is, zwaaien en zingen ze enthousiast mee met de muzikale intermezzo’s. Grote werkgevers als pakketbezorger DHL en farmaceut AstraZeneca zijn hier op uitnodiging van het Top Employer Institute (TEI), dat goede werkgevers wereldwijd van een keurmerk voorziet.

Eén industriesector krijgt hun onderscheiding opvallend vaak: tabaksgiganten British American Tobacco (BAT), Philip Morris (PMI), Imperial Brands (IB) en Japan Tobacco International (JTI) mogen hem jaarlijks in ontvangst nemen. In 2021 ontvingen 155 vestigingen van de vier fabrikanten de Top Employer-award. Ook in 2022 werd BAT opnieuw uitgeroepen als Top Employer.

Het Top Employer Institute is niet de enige die de tabaksindustrie overlaadt met prijzen. Volgens hun eigen jaarverslagen kregen de vier tabaksfabrikanten in 2020 meer dan 30 verschillende onderscheidingen op het gebied van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen, zoals van Human Rights Campaign, de grootste lhbti+- belangenvereniging in de Verenigde Staten (waarover later meer).

Dat deze industrie zoveel MVO-prijzen in de wacht sleept, is opmerkelijk. Roken jaagt jaarlijks wereldwijd maar liefst meer dan zeven miljoen mensen de dood in. Wat het extra problematisch maakt, is dat de tabaksfabrikanten de keurmerken en aanmoedigingsprijzen gebruiken om positieve publiciteit te genereren. Hun MVO-activiteiten bieden hen allerlei mogelijkheden om het internationale marketing- en lobbyverbod voor de tabaksindustrie te omzeilen, zo ontdekte The Investigative Desk.

Verbod op tabaksmarketing omzeilen
Om roken te ontmoedigen, verboden 168 landen in het Kaderverdrag uit 2003 van de World Health Organisation (WHO) iedere vorm van tabaksmarketing. Dat betekent dat producenten, winkels en importeurs geen reclame mogen maken voor tabaks- en aanverwante producten, zoals e-sigaretten. In totaal 99 landen, waaronder Nederland, besloten de afgelopen jaren dat de publiciteit rondom Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in strijd is met dit marketingverbod. Zij verboden tabaksfabrikanten iedere vorm van berichtgeving over hun MVO-activiteiten.

Via de awards en keurmerken kan de tabaksindustrie dit verbod echter ontwijken, doordat andere partijen – waaronder gerenommeerde media – over de toekenningen schrijven. Financieel persbureau Bloomberg schreef over een uitverkiezing van British American Tobacco in 2019: ‘BAT: Enige tabaksbedrijf vermeld in prestigieuze duurzaamheidsindex’. En tientallen websites die de beurs nauwlettend volgen – waaronder Business Insider – noemden de Britse tabaksgigant na een onderscheiding van The Financial Times zelfs een ‘Climate Leader’.

Vaak worden de tabaksbedrijven geholpen door de bedrijven en NGO’s die de prijzen uitgeven. “Wij promoten en vieren het succes van onze Top Employers graag”, staat op de website van het TEI. En over de uitreiking aan ’t IJ schreef Manageronline.nl – met 100.000 unieke bezoekers en 90.000 abonnees naar eigen zeggen het grootste internetmagazine voor directeuren en managers van Nederland – een lovende aankondiging.

“We maken geen onderscheid in wat een organisatie doet; we kijken naar het medewerkers stuk. Hoe ga jij om met je medewerkers? Wat een organisatie doet, is niet aan ons om te bepalen”, reageert Steven Hormann, Regional Manager Netherlands and Nordics bij het Top Employer Institute, dat vorig jaar een omzet boekte van 24 miljoen euro.Mede dankzij de tabaksindustrie: deelnemers betalen ‘een startprijs van ongeveer 15.000 euro’ om mee te mogen doen aan de Top Employer uitverkiezing, aldus Hormann. Met 155 vestigingen kan dat oplopen tot meer dan 2,3 miljoen euro per jaar.

Geen contact met ambtenaren
Om de politieke invloed van tabaksbedrijven tegen te gaan besloten de 168 landen die het WHO-kaderverdrag ondertekenden tevens dat ze de industrie niet meer laten meepraten (lobbyen) over tabaksbeleid. In artikel 5.3 van dit verdrag staat dat ‘de ondertekenaars hun volksgezondheidsbeleid beschermen tegen commerciële en andere gevestigde belangen van de tabaksindustrie.’ Dat houdt in dat de overheid zich uiterst ‘terughoudend opstelt’ in het contact met de tabaksindustrie.

Volgens Ruben van Dorssen, woordvoerder bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, legt Nederland dit artikel ‘heel rigide’ uit. “Het enige contact dat ambtenaren mogen hebben met de tabaksindustrie is over uitvoeringstechnische kwesties, zoals welke afbeeldingen er op de pakjes moeten staan.” Het lobbyverbod geldt overigens (nog) niet voor Kamerleden.

In september en november 2015 ‘verduidelijkte’ het ministerie van VWS het kaderverdrag in brieven aan de Tweede en Eerste Kamer, ministeries, provincies en gemeenten. In de brieven zette het ministerie zwart op wit ‘dat samenwerking met de tabakslobby in publiekscampagnes tegen het roken, andere publieke evenementen of activiteiten die onder de noemer van maatschappelijk verantwoord ondernemen worden ontplooid, in strijd is met artikel 5.3 WHO-Kaderverdrag.’

De tabaksfabrikanten kunnen de prijsuitreikingen echter nog steeds gebruiken om overheidsdienaren te ontmoeten. Zo waren op het feestje in het Muziekgebouw aan ’t IJ zowel vertegenwoordigers van Japan Tobacco International als van De Nederlandsche Bank en de Koninklijke Luchtmacht aanwezig om de uitreiking van hun keurmerk te vieren.

In het buitenland durven de tabaksfabrikanten vaak nog verder te gaan. Want niet alle ondertekenaars van het WHO-kaderverdrag leggen artikel 5.3 bovendien zo strikt uit als Nederland. Zo reikten ministers uit Bangladesh in 2018 maar liefst vijf prijzen uit aan British American Tobacco, waaronder voor ‘best gepresenteerde jaarverslag’ en voor ‘droombedrijf om voor te werken’. Soortgelijke evenementen vonden vorig jaar plaats in Indonesië, Korea, Jordanië, Turkije en Tanzania, stuk voor stuk landen waar het aantal rokers jaarlijks nauwelijks daalt of zelfs toeneemt.

Een tegenstelling in zichzelf
Sandra van der Laan, hoogleraar Accountancy aan de universiteit van Sidney, waarschuwt dat zulke aanmoedigingsprijzen afleiden van wat er in werkelijkheid nog steeds gebeurt. “Het is heel vreemd dat bedrijven die een maatschappelijk onverantwoord product verkopen de mogelijkheid hebben om zichzelf tegenovergesteld op de markt te brengen. Dat is een tegenstelling in zichzelf,” verklaart ze. Van der Laan publiceerde meerdere papers over de MVO-inspanningen van tabaksfabrikanten.

Die tegenstelling is goed zichtbaar bij de uitverkiezing van Altria Group, moedermaatschappij van Philip Morris, door de Human Rights Campaign als beste werkplek voor de lhbti+-community. De tabaksfabrikant behaalt zelfs de maximale score (100 uit 100), bijvoorbeeld omdat de secundaire arbeidsvoorwaarden ook gelden voor partners van hetzelfde geslacht, de tabaksfabrikant een medewerkersgroep of diversiteitsraad voor lhbti+-emancipatie heeft en Altria Group betrokkenheid zou tonen bij de bredere lhbti+-gemeenschap.

Tegelijkertijd waarschuwt Human Rights Campaign haar eigen leden tegelijkertijd dat de tabaksindustrie de lhbti+-community als belangrijke nieuwe doelgroep ziet (de kans dat een jonge niet-hetero in aanraking komt met tabak is momenteel vier keer zo groot, waarom weet de belangengroep niet). Volgens Aryn Fields, de woordvoerder Human Rights Campaign, levert dat geen strijdigheid op: ‘We focussen ons op de ervaringen van lhbti+-medewerkers bij een bedrijf en vellen geen oordeel over wat het bedrijf verkoopt.’

Creatief met data
Ondanks de positieve uitstraling zeggen de onderscheidingen in werkelijkheid weinig over de maatschappelijk verantwoorde ambities van een bedrijf. Want hoewel British American Tobacco zich Climate Leader mag noemen, stoot de tabaksindustrie jaarlijks net zoveel CO₂ uit als de grote oliebedrijven.

Dat komt doordat bedrijven volop mogelijkheden hebben om creatief met hun data om te gaan. Om kans te maken op een prijs, moeten ze meestal een vragenlijst over hun productieproces invullen. Een jury beoordeelt vervolgens of ze op het gebied van duurzaamheid stappen hebben gezet. “De gegevens die zij aanleveren focussen zich op de onderdelen van de bedrijfsvoering die zij zélf hebben geselecteerd, dat hoeft niet representatief te zijn voor de werkelijke situatie over een langere periode”, verklaart hoogleraar Van der Laan.

Een voorbeeld hiervan is dat tabaksfabrikanten hun ‘milieukosten’ meestal per miljoen geproduceerde sigaretten rapporteren, in plaats van over het totaal. Daarmee verbloemen ze de eventuele stijgende uitstoot. Want als er meer wordt geproduceerd dan het jaar ervoor stijgen de milieukosten ongeacht de ‘verduurzaming’ van het productieproces.

Ook de Human Rights Campaign laat bedrijven zelf de gegevens aanleveren voor hun beste werkplek verkiezing. “We vragen werkgevers te onderbouwen dat de bepalingen van onze Corporate Equality Index naleven, door bewijs in te dienen voor elk van de items van de index. Als een bedrijf geen bewijs indient, werken we met de best beschikbare kennis van wat hun beleid is”, aldus woordvoerder Fields.

Maar geeft dat wel een eerlijk beeld? Fields geeft toe dat de Corporate Equality Index inderdaad ‘niet elk facet meet van wat een werkruimte inclusief maakt.’ Zij ziet de verkiezing dan ook ‘als belangrijke stap, maar een die slechts het startpunt is.” Voor Altria Group was de prijs daarentegen het begin van een ronkend persbericht onder de kop: ‘Altria Group erkend voor zijn inzet voor lhbti+-gelijkheid.’

The Investigative Desk is een collectief van onderzoeksjournalisten dat zijn werk financiert uit donaties, subsidies, cofinanciering en honoraria. Geldgevers hebben geen zeggenschap over de onderzoeken

Meer publicaties

Marchanderen met bewijs

Nederland heeft sterk ingezet op protonentherapie. Via een omweg werd deze kostbare bestralingstechnologie als wetenschappelijk bewezen verklaard. Niet met overtuigende gegevens uit grote klinische studies,

Lees verder »