Foto: Flip Franssen
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Maar één op vijfentwintig besmette Europeanen meldt dit via een Corona-app

De CoronaMelder-app en zijn evenknieën in andere landen worden in circa één op de vijfentwintig coronagevallen ingezet. Dat blijkt uit onderzoek van journalisten van vier Europese media onder leiding van het Nederlandse onderzoekscollectief The Investigative Desk.

De journalisten verzamelden informatie over het gebruik van 23 corona-apps. Uit het onderzoek blijkt dat iets meer dan een miljoen mensen in Europa een ‘contact tracing app’ gebruikten om onbekenden te waarschuwen voor een mogelijke Covid-infectie. Dit terwijl in diezelfde periode bijna 25 miljoen mensen met het virus besmet raakten.

Nederlanders gebruikten de app iets vaker dan gemiddeld om een besmetting door te geven: tussen 1 december en half mei deden ruim 125 duizend mensen dit. Dat komt neer op 12% van de corona-infecties. De 125.000 Nederlandse meldingen zorgden voor 160.000 aangevraagde coronatests. Daarvan waren er circa 11.000 positief. Volgens het ministerie van VWS draagt de CoronaMelder daarom ‘sterk bij’ aan het reguliere bron- en contactonderzoek.

Maar hoeveel app-gebruikers daadwerkelijk een waarschuwing ontvingen is in Nederland en de meeste andere Europese landen niet te achterhalen. Evenmin is bekend wat mensen doen als ze een waarschuwing in de app ontvangen: gaan ze in quarantaine, melden zij zich voor een test? De beschikbaarheid van gegevens blijkt uiterst beperkt en serieuze evaluaties zijn nog niet beschikbaar.

Journalisten van Die Zeit (Duitsland), VRT NWS (België), Le Monde (Frankrijk) en The Investigative Desk (Nederland) verzamelden afgelopen weken zoveel mogelijk gegevens die inzicht kunnen geven in de het gebruik van de corona-apps. Klik hier voor een lijst met lijst met onderzochte corona-apps. Cijfers over het gebruik van de apps in het Verenigd Koninkrijk zijn niet meegeteld, omdat die volgens de journalisten onduidelijk waren.

Laag aantal ‘actieve’ gebruikers

In de landen met zo’n app werd die gemiddeld door een kwart (24%) van de burgers gedownload, maar de verschillen tussen landen zijn groot. In Ierland (51%), Finland (41%) en Denemarken (39%) waren de apps het populairst, terwijl minder dan 2% van de burgers in Kroatië, Hongarije en Cyprus een corona-app downloadden.

De Nederlandse app werd door 28% van de bevolking gedownload en staat daarmee op de achtste plek, net boven Frankrijk en België (beiden 24%).

Het aantal mensen dat de apps daadwerkelijk gebruikt kan fors lager liggen. Voor een correcte werking moeten de apps niet alleen op de telefoon geïnstalleerd zijn, maar ook juist worden ingesteld. De gebruiker moet bluetooth activeren en de app ‘machtigen’ om contact te zoeken met telefoons uit de buurt. Portugal, Ierland en Zwitserland lezen op afstand uit bij hoeveel apps dit het geval is. Het aantal ‘actieve gebruikers’ ligt daar tussen 28% en 58% van het aantal downloaders. Hoeveel ‘actieve gebruikers’ er in andere landen zijn is onbekend.

Informatiegebrek

Dat er zo weinig bekend is over het gebruik en de effectiviteit van de corona-apps, komt deels door ontwerpkeuzes. Corona-apps zijn door overheden geïntroduceerd om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Kort na de eerste golf voelden overheden een enorme noodzaak om dit soort apps te ontwikkelen, zegt Aymeril Hoang, lid van de Frase wetenschapsraad en op voordracht van de Franse minister van Digitale Zaken Cédric O betrokken bij de introductie van de Franse corona-app. ‘Gezien de enorme gezondheidscrisis konden we het niet níet proberen.’

De Franse overheid wilde de app aanvankelijk ook gebruiken voor het maken van epidemiologische modellen, bijvoorbeeld om corona-brandhaarden in kaart te brengen. Maar meteen ging het publieke debat over privacy-bezwaren. ‘We konden daarom maar heel beperkt informatie verzamelen, wat de functionaliteit van het systeem volledig heeft ondergraven.’ Gevraagd om een reactie, noemen ook overheden in andere landen ‘privacy by design’ als belangrijke reden waarom er maar zo weinig informatie over het gebruik en effectiviteit van de app beschikbaar is.

Ook in Nederland worden maar heel beperkt gegevens verzameld die inzicht kunnen geven in het gebruik van de app, zegt oud-journalist en beveiligingsdeskundige Brenno de Winter, die betrokken was bij de ontwikkeling van de CoronaMelder. ‘Ik heb er op aangedrongen om alle data die ook maar een beetje de privacy kan schenden, eruit te halen.’ De Winter wilde voorkomen dat er onrust onder gebruikers zou ontstaan door statistieken over het aantal ontvangen meldingen.

Wel zijn er wetenschappelijke artikelen die op basis van wiskundige modellen uitrekenen hoeveel besmettingen de apps mogelijk voorkomen hebben. Half mei verscheen er zo nog een studie van de Universiteit van Oxford over de corona-apps van Engeland en Wales. Die zouden mogelijk 914.000 covid-infecties voorkomen hebben.

Het is moeilijk om de effectiviteit van de verschillende apps te vergelijken, zegt bijzonder hoogleraar Wolfgang Ebbers van de Erasmus Universiteit. Hij is door de Nederlandse overheid gevraagd om de CoronaMelder te evalueren.  ‘In elk land zijn de app en het bron- en contactonderzoek anders ingericht.’ Door de centrale rol die de GGD in Nederland speelt, is hier relatief veel informatie beschikbaar. Zo zijn in Nederland bijvoorbeeld wel cijfers beschikbaar over het aantal mensen dat zich na een melding in de app laat testen: 158 duizend mensen deden dit; 11 duizend van hen bleek daadwerkelijk corona te hebben. Alleen Denemarken publiceert hier ook gegevens over.

‘Daaruit blijkt dat de apps wel enig effect hebben’, zegt Belgische longarts-epidemioloog Wouter Arrazola de Oñate die de Belgische overheid over het corona-beleid adviseert. Ze pikken in elk geval een aantal besmette mensen eruit. ‘Maar er zijn nog altijd niet genoeg gegevens beschikbaar om echt te kunnen oordelen of ze succesvol zijn of niet.’

Privacy gebruikt als rookgordijn

Onder wetenschappers wordt de roep om toegankelijke informatie steeds luider. Volgens Natali Helberger, professor Recht en Digitale Technologie aan de Universiteit van Amsterdam moeten we de contact tracing apps zien als een verlenging van het overheidsbeleid. ‘Eerst hadden we bron- en contactonderzoek door de GGD, toen kregen we digitale apps.’ Voor zulke digitaal beleid moeten dezelfde regels gelden als voor al het andere overheidsbeleid. ‘Dat dit hier niet het geval is, zorgt voor problemen. Want het is nu bijna onmogelijk om te zeggen of die apps goed beleid zijn.’

Via de app-stores van Google en Apple kunnen ontwikkelaars inzicht krijgen in het actuele gebruik van hun apps. Dat geldt ook voor de ontwikkelaars van corona-apps, bevestigde Google aan de journalisten. Het gaat dan om basale informatie zoals het aantal mensen dat de app op dagelijkse basis gebruikt en het aantal mensen dat de app van de telefoon heeft verwijderd. Uit het journalistieke onderzoek blijkt dat overheden die informatie negeren. ‘We hebben heel bewust besloten om er niet naar te kijken’, zegt woordvoerder Frerick Althof van het Nederlandse ministerie van VWS. ‘We willen het zo privacy-vriendelijk mogelijk houden.’ De Duitse en Belgische overheden gaven vergelijkbare antwoorden. Bart Preneel bijvoorbeeld, die de Belgische app mede ontwikkelde: ‘Wij hebben besloten niet naar de gebruiksdata te kijken om de privacy van mensen te beschermen.’

Helberger: ‘Dat is echt een opmerkelijk argument. Ze gebruiken privacy als een rookgordijn. Ik zie niet hoe de privacy van gebruikers kan worden geschonden als je in de appstore opzoekt hoeveel mensen de app hebben verwijderd.’

Ebbers geeft aan dat over de Nederlandse CoronaMelder binnenkort wel veel meer informatie naar buiten komt. Hij werkt aan een nieuw rapport dat uiterlijk op 1 juni gepubliceerd wordt. Ebbers zal dan ook een schatting bekend maken van hoeveel actieve gebruikers de Nederlandse app heeft. Brenno de Winter en andere deskundigen hebben een privacy-vriendelijke methode bedacht om dat toch uit te rekenen.

Wat betreft het ministerie van VWS gaat de CoronaMelder voorlopig zeker niet weg. Volgens woordvoerder Frerick Althof was de toegevoegde waarde tijdens de lockdown niet zo groot. Maar nu Nederland van het slot gaat, zal het aantal sociale contacten toenemen. En neemt dus ook het belang van de CoronaMelder weer toe.

Dit onderzoek is uitgevoerd door journalisten Dorien Vanmeldert, Tim Verheyden, Bart Aerts (VRT, België), Markus Sehl (Freelance, Die Zeit, Duitsland), Simon Auffret (Le Monde, Frankrijk), Manon Dillen en Daan Marselis (The Investigative Desk, Nederland).

 Lees ook de berichtgeving door VRT NWS (België), Die Zeit (Duitsland) en Le Monde (Frankrijk).

Creative Commons-Licentie
Dit werk valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationaal-licentie

Meer publicaties

Twee miljoen voor een infuus

Farmaceut Novartis vraagt 2 miljoen euro voor één zakje infuusvloeistof. Vrijdag maakte Zorginstituut Nederland bekend dat de vloeistof niet meer mag kosten dan 155.000 euro.

Lees verder »